U mag

Ik stond aan de receptie van de tandartspraktijk om een afspraak te verzetten.
“U mag de volgende keer wel bellen” zei de receptioniste.
“O ik fietste toch langs” zei ik nog…
maar terwijl ik het zei realiseerde ik mij dat zij iets anders bedoelde.
Zij bedoelde namelijk: wij hebben liever dat u belt.
Of misschien zelfs: het is asociaal dat u zich hier zonder noodzaak durft te vertonen.
Op de keper beschouwd maakte zij mij een verwijt.
Verontschuldigend mompelde ik nog dat ik toch de regels in acht nam: afstand, mondkapje, maar het kwaad was geschied, de rest van de dag bracht ik schuldbewust en in schaamte door.

Dit is geen nieuw fenomeen.
Als mijn moeder vroeger zei: “je mag je schoenen wel poetsen!’ (dat deden wij toen nog) dan bedoelde ze feitelijk “nu onmiddellijk!”; het was een sommering verpakt als vriendelijke suggestie.
Dat is nog steeds aan de hand, zij het dan dat de ironie eruit is verdwenen; er bestaat kennelijk behoefte aan verdoezelende ‘newspeak’ als antwoord op de toenemende gezags-allergie bij burgers, iets dat de angel uit de verplichting haalt.
‘U mag uw fiets hier neerzetten’ zei een brave boa mij laatst. Vanwege de corona waren fietsen niet meer toegestaan op de Brink. Ik had helemaal geen zin om die fiets daar achter te laten, maar mijn irritatie daarover kon ik niet luchten.

Eerlijk gezegd betrap ik mezelf ook wel eens op deze truuk, het is een ingeburgerde gewoonte. Een beetje irritant maar anderzijds lijkt de wereld er net wat vriendelijker door; waar zou je je druk om maken.

[Illustratie: ontwerp voor een mondmasker]