Over wil en weerstand


Ik ben niet een erg wilskrachtig mens. Dat heeft voordelen. Om mij heen zie ik veel wilskracht, maar die wilskracht is helaas nogal vatbaar voor verleidingen. Mensen willen vooral Meer Dingen. Hun wilskracht is, met een alweer wat sleetse uitdrukking, ‘gekaapt door de commercie’.
Andere mensen willen iets bereiken, targets halen. Dat soort wilskracht leent zich al te vaak voor opportunisme. Met alleen wilskracht kom je er dus niet. Om uit de klauwen van Hebben te blijven en meer in het rijk van Zijn te geraken heb je nog iets anders nodig, iets dat je Weerstand kunt noemen. Weerstand is dat je nadenkt over: wat is nou écht belangrijk voor mij, voor mijn familie, voor mijn omgeving, dat je niet alles wat je wordt aangepraat als een klein kind achterna loopt (oh dat wil ik ook! en dat! en dat!). Dat je verder kijkt dan je neus lang is.


Weerstand heeft ook met verantwoordelijkheid te maken. Dus niet alleen van alles willen, maar ook rekenschap geven van de gevolgen van je keuzes. Door Weerstand krijgt Wilskracht pas betekenis. Dan pas neem je het heft in handen. Zonder Weerstand kun je Wilskracht eigenlijk net zo goed Wilszwakte noemen. Hij is immers makkelijk te manipuleren door figuren die jou graag voor hun karretje spannen.
Zoals gezegd, voor mij is het makkelijk praten, want niet erg wilskrachtig. Daarentegen ben ik wel erg goed in Weerstand! Nu doet zich een interessant fenomeen voor, waardoor dat onderscheid feitelijk niet meer van belang is. Het blijkt namelijk dat wanneer je kritisch denkt en daardoor tot kritische inzichten komt, dat je dan ‘vanzelf’ wordt aangespoord tot actie. Je heb daar helemaal geen wilskracht nodig, maar iets dat je ‘geweten’ kunt noemen, in de letterlijke zin van ‘je weet wel beter’. Een inzicht kun je niet wegstoppen zonder jezelf geweld aan te doen, het dwingt je om ernaar te handelen. Immanuel Kant wees daar al op. ( – Gewetenloze opportunisten komen in zijn cerebrale universum niet aan bod, maar dat terzijde – )