Een eeuw van rust

Onlangs was het weer Open Monumentendag en ik ging kijken naar de oude Algemene Begraafplaats, een verstild stukje stadsnatuur. Hoewel ik daar toch vaak langs ben gefietst, was de plek mij nooit opgevallen; de ingang is dan ook bescheiden en een beetje verstopt. Waarschijnlijk maar goed ook. De aanleg was in 1830 aan de Hoge Hond (in dit geval geen alfa-beest maar een oude oppervlaktemaat). Dat was toen nog buiten de stadsmuren van Deventer – die werden pas in 1870 afgebroken. In 1918 is hier de laatste bijzetting geweest, dus al meer dan een eeuw geleden, maar als Rijksmonument is de begraafplaats ontsnapt aan gemeentelijke bouwdrift. Zo is te midden van de stadsuitbreiding een bijzonder stukje historie behouden gebleven. Enerzijds de bemoste graven, bevroren in de tijd, anderzijds de natuur die vrij spel heeft gehad waardoor er bijzondere planten te vinden zijn en er op de zerken nu ‘monumentale’ bomen staan.

Je vindt hier geen exorbitante praalgraven, maar mijn begeleidster wijst mij her en der op bekende Deventer burgers, die hier toch ook, maar niet al te nadrukkelijk, hun naam en faam over de dood heen hebben willen tillen. Dat zal ongetwijfeld de reden zijn dat deze plek er nog is.

Slenterend langs de vergane glorie, wordt duidelijk hoe futiel die greep naar de eeuwigheid is. Het wordt afdoende verbeeld door machtige bomen die de grafstenen met hun wortels verbrijzelen.