Trickle down

Geen gebrek aan landgoederen hier. Vroeger speeltuinen van de welgestelden, die hier hun private jachtgronden hadden. Of melkkoe van de landadel, zoals de 685 hectaren van Ampsen. Een leuk optrekje mocht daarbij natuurlijk niet ontbreken; het is aannemelijk, dat er onder de edelen een stevige competitie bestond, om de hoogst mogelijke status ten toon te spreiden. Sinds het lijfeigenschap is afgeschaft en een minimumloon is ingesteld, is deze rijkeluishobby echter veelal onbetaalbaar geworden. Daarom is tegenwoordig de gewone burger welkom. Als belastingbetaler, als donateur, als consument. Beheerders zijn creatief geworden in het verzinnen van eigentijdse verdienmodellen en zo kunnen we nu allemaal genieten van mooie pareltjes in het landschap. Door extensief beheer zijn is het formele karakter er meestal wel vanaf gegaan en heeft de ‘wilde’ natuur ook weer voet aan de grond gekregen rondom de overvloed aan rododendrons van weleer. Het landgoed van Ampsen is nog altijd familiebezit. Met een bescheiden budget streven de huidige generaties van eigenaren naar behoud en versterking van natuurwaarden.

De Bloemelaar (m/v)

De bloemelaar houdt het midden tussen een vogelaar en een boemelaar. Bloemen hebben het voordeel dat ze niet wegvliegen en daardoor rustig in detail bekeken kunnen worden. Een fotografiedocent van lang geleden wees daar al op: ga het maar leren in de natuur, die loopt niet weg. Je hoeft ook geen uitgebreide taxonomische kennis te bezitten om van bloemen en bloemetjes te genieten, al helpt het wel. Het mag relaxter, zonder pretentie, en daar zit dan ook de overeenkomst met de boemelaar. Zoals een boemelaar tegen een mazzeltje aan kan lopen, zo ziet de bloemelaar wel eens een bijzonder bloemetje. Maar meestal moet hij het bijzondere in het alledaagse vinden.

De bloemelaar is te vergelijken met een muziekliefhebber. Die hoeft ook niet persé verstand van muziek te hebben om ervan te kunnen genieten. (Bijna) iedereen heeft een gevoel voor toon, akkoorden, ritme; en precies diezelfde kwaliteiten zijn ook voor het oog relevant. Zoals omgekeerd een klank ook kleur heeft. Wie er oog – of oor – voor heeft ziet hoe prachtig, door herhaling en variatie vanuit eenvoudige thema’s, complexe structuren ontstaan. Maar dat is alweer behoorlijk hoogdravend voor een eenvoudige bloemelaar.

[De foto’s zijn een beetje lukraak, huistuinenkeukenbloemetjes tijdens een wandeling op klompenpaden in de buurt van Oene]

Reestdal

Iets noordelijk van de Vecht stroom de Reest, een beek die Drenthe scheidt van Overijssel. Het landschap is vergelijkbaar: weids groen land met verspreide bomen; een aantrekkelijk gevarieerd wandelgebied met zandwegen, akkerland, rietland maar de paden gaan ook door bos en heide. Opvallend veel speenkruid, om die reden dus nergens op een foto, zo gaat dat: het meest voor de hand liggende wordt over het hoofd gezien. De stilte wordt alleen onderbroken door het klepperen van een ooievaar of de roep van een buizerd. Volgens een voorbijganger is het hier veel rustiger dan in het ‘toeristische’ Vechtdal. Mijn eigen ervaring is dat het in de Nederlandse natuurgebieden bijna altijd vrij leeg is, ook met coronaprotocol. De berichten over ‘file-wandelen’ kan ik niet bevestigen. Wordt het al ietsje drukker, dan is dat een goede indicatie dat er een parkeerpaats in de buurt is.

Ik had gehoopt op deze voorjaarsdag al vlinders te zien, maar helaas, slechts een enkele hommel om mij te begroeten. Het was ook wel vroeg en bovendien een beetje fris, deze paaszaterdag, daar lag het vast aan.

Dit was een wandeling van 34 kilometer, vanaf Balkbrug naar Oosterwijk en terug via een andere route. Ik zet bij wijze van experiment de gps-track hierbij – gemaakt op wandelnet.nl, heel makkelijk.

Reestdal Balkbrug-OosterwijkDownload

Wiedeweerga

Laatst prima wiedenweer, ik was in de buurt, dus ik dacht: ik ga weer eens naar de Wieden!
Voor wie de Wieden niet kent: het is een wijds rietland ten zuiden van Steenwijk. Op het gebied van riet kennen de Wieden hun weerga niet en ook voor vogelaars is het een feest. Het voortdurende gegak en gekwetter in de eindeloze verten om je heen heeft een vervreemdende werking en roept een lichte twijfel op, of dit nog wel het dichtbevolkte Nederland is. En dan zijn er verderop ook nog de Weerribben, een zelfde soort landschap, dat echter door grootschalige ontvening vooral bekend is als vaarwater. De Chinese enclave Giethoorn ligt daar ongeveer tussenin. Ten gerieve van de dagjesmens zijn hier vele pittoreske wandelroutes uitgezet en ook de kilometervreters worden op hun wenken bediend met een streekpad, het weerribben-wiedenpad. Qua fotografie misschien een beetje eentonig, al dat riet, maar voor onstpanning perfect. Zodat als het weer wiedenweer is, ik als de wiedeweerga weer naar de Wieden ga.

Het Buurse Veen

Zo’n winterse vlees-noch-vis-dag, waarop een wandeltocht nou niet de eerste keuze zou zijn. Maar je moet toch wat. De natuur is nog in rust en de verwachting is niet hooggespannen. Gelukkig verschaft de wintervorst op zijn eigen wijze toch nog voor kleine verrassingen.

Haaksbergen is met 40 kilometer niet al te ver hiervandaan en de weidse veenlandschappen ben ik de laatste tijd meer gaan waarderen. Het was mij een beetje ontgaan dat er in Twente nog zoveel moois te vinden is en dat haal ik nu in, zo heeft ook deze coronawolk nog een soort van gouden randje. Maar normaal gesproken had ik deze dag toch echt in een museum doorgebracht!

Dit is de GPS track voor deze wandeling (36km). Ik heb wat research gedaan om een interessante en afwisselende route te maken en ik let erop dat ik de auto kwijt kan, ook wel handig. Op zich is het maken van een track gemakkelijk met behulp van de wandelknooppunten op wandelnet.nl